Bij ons in de straat staan er drie, en één ervan is van mij. Nog wel. Een èchte Saab. Alleen rijd ik er niet zoveel meer in. Toen ik een paar jaar geleden van baan veranderde en mijn woon-werk afstand meer dan 100km werd, herontdekte ik de trein als sneller en minder stressvol middel van vervoer. Met als gevolg dat ik mijn Saab bijna alleen nog gebruik voor wekelijkse ritjes naar zwembaden, of naar de wasstraat. De rest van de tijd staat-ie stil aan de kant van de weg, op een parkeerplaats voor vergunninghouders. De auto lijdt er meer onder dan toen ik er nog gewoon mee op pad ging: krassen en deuken omdat hij in de weg staat voor mensen die niet zo goed kunnen inparkeren, omdat er dode takken op vallen uit bomen langs de weg en omdat langsfietsende fietsers last lijken te hebben van de ver uitstekende spiegels. En dan heb ik het nog niet over de roestende remschijven en de stervende accu.
Emotionele verbondenheid met het merk weerhoudt mij ervan het ding van de hand te doen. Ze zeggen dat Saab rijders een beetje vreemd zijn, eigenzinnig, excentriek en liberaal links. Het zou een auto zijn voor architecten, advocaten en artsen. Er is zelfs serieus onderzoek naar verricht en de conclusie was dat Saab rijders ruim 10x meer psychologische betrokkenheid bij hun auto hebben dan de gemiddelde Volkswagen rijder. De doelgroep lijkt zichzelf te hebben gevormd, Saab heeft het in ieder geval niet bedacht. Ook ik ben spontaan liefhebber geworden. In het begin was ik met name enthousiast over de contactsleutel naast de stoel, de sportstand waarin de auto bij het optrekken werkelijk vooruit vlíegt en de grappige ruitenwissertjes op de koplampen. Vanaf 2012, na het faillissement van Saab, werd het erger. Andere auto’s vond ik er steeds lelijker gaan uitzien en ’t comfórt niet om over naar huis te schrijven.
Merkloyaliteit, toch mooi hoe dat ontstaat. Ik voel me onderscheidend met m’n Saab en over 10 jaar heb ik een gewilde oldtimer! Als-ie de komende 10 jaar tenminste overleeft en ik het geld er aan uit wil/kan blijven geven?! En er is nog iets: vorig jaar heb ik me solidair verklaard met de 17 sustainable development goals en ben ik in de energietransitie gegaan. Mijn Saab rijdt 1:10 en stoot per gereden kilometer 220 gram CO2 uit. Dat wringt behoorlijk met goals nummer 7 (Affordable and clean energy) en 13 (Climate action). Ondanks de trein rijd ik per jaar toch nog zo’n 3.000 km in m’n auto, met als gevolg een uitstoot van 666 kg CO2. Dat kan ik compenseren met 7 zonnepanelen op het dak van ons huis. De afschrijvingskosten van die panelen moet ik dus optellen bij m’n autokosten. Maar ho eens even, dáárvoor had ik die panelen niet aangeschaft! Ik wilde met onze 16 zonnepanelen break-even spelen met ons huishoudelijke elektriciteitsverbruik. En nu heb ik er dus nog maar 9 over en is mijn Saab ook nog eens €45 per maand duurder geworden.
Emoties, klimaatzorgen en kostenbewustzijn verdringen elkaar in mijn hoofd. Wat moet ik doen? Binnenkort heb ik een afspraak met de autodealer. Voor een APK keuring en een nieuwe accu. Ik denk dat ik m’n Saab daar maar achter laat. Het is mooi geweest. Tijd om het nieuwe jaar met een schone lei te beginnen. Of toch nog even aanzien?
